Je zet een nieuw blad in je ijzerzaag, begint te zagen en de zaag glijdt alleen maar over het metaal. Of hij hapt, blijft haken en er schiet een tand af. In bijna alle gevallen ligt het aan een van twee dingen: de tanden staan de verkeerde kant op, of de vertanding past niet bij het materiaal.
In deze gids lees je welke kant de tanden van een ijzerzaag op moeten, hoe je dat in een paar seconden controleert en hoeveel tanden per inch (TPI) je per klus kiest. Heb je die twee dingen goed, dan zaag je recht en slijt je blad veel minder snel.
Welke kant op moeten de tanden van een ijzerzaag?
De tanden van een ijzerzaag wijzen van het handvat af, naar de neus van de zaag. Een ijzerzaag snijdt namelijk op de duwbeweging: je zet druk op de heenslag, van je lichaam af, en trekt zonder druk terug. Alleen als de punten van de tanden naar voren staan, happen ze bij het duwen in het metaal. Ook de Wikipedia-pagina over de hacksaw noemt naar voren gerichte tanden als de normale stand van het blad.
Waarom op de duwbeweging?
Het blad zit onder spanning in de beugel, maar blijft dun. Duw je, dan stuur je de zaag met je hele arm in het verlengde van het blad en loopt de snede strak. Zet je kracht op de trekslag met een blad dat daar niet voor gemaakt is, dan stuur je slechter en loopt de snede sneller scheef. Japanse houtzagen snijden wel op de trekslag, maar dat zijn andere zagen met een ander blad.
Zo controleer je de richting
Kijk van opzij naar het blad. Elke tand heeft een schuine rug en een steile voorkant met een punt. Die punt hoort naar de neus van de zaag te wijzen. Zie je het niet goed, strijk dan voorzichtig met je vingertop over de tanden: richting de neus glijd je er soepel overheen, richting het handvat voel je de punten haken. Veel bladen hebben ook een pijl of opdruk die de snijrichting aangeeft.
Wat gebeurt er als het blad verkeerd om zit?
Een omgekeerd blad voert bijna geen materiaal af. De tanden schrapen over het oppervlak, je gaat harder duwen en het blad wordt warm. Het gevolg: botte tanden, een bekrast werkstuk en een snede die nauwelijks dieper wordt. Soms haken de tanden juist op de terugslag en breken ze uit. Herken je dit, draai het blad dan meteen om. Heeft het blad een tijd verkeerd om gezeten, dan is het vaak al merkbaar botter en is vervangen de snelste oplossing.
Blad goed plaatsen: stap voor stap
Een blad wisselen gaat op vrijwel elke handijzerzaag hetzelfde:
- Draai de vleugelmoer of snelspanner los tot het blad slap hangt.
- Haal het oude blad van de pennen.
- Houd het nieuwe blad zo dat de punten van de tanden naar de neus van de zaag wijzen.
- Haak het blad met beide gaten over de pennen, met de tanden naar beneden als je de zaag normaal vasthoudt.
- Draai de spanning aan tot het blad strak staat en bij een tik met je nagel een heldere toon geeft.
- Controleer of het blad recht in de beugel staat en niet gedraaid is, en zaag een korte proefsnede.
Een junior-beugel werkt anders, omdat die zelf veert. Hoe je daar een blad in zet en wanneer een blad op is, lees je in de gids zaagblad ijzerzaag vervangen.
Hoeveel TPI heb je nodig?
TPI staat voor tanden per inch: het aantal tanden op 25,4 mm blad. Hoe hoger het getal, hoe fijner de vertanding en hoe gladder de snede, maar ook hoe trager je door dik materiaal gaat. De belangrijkste regel is die van drie tanden: er staan altijd minstens drie tanden tegelijk in het materiaal. Anders valt een tand achter de rand van het werkstuk, blijft hij haken en breekt hij af. Dezelfde ondergrens van drie tanden geldt in de machinezaagpraktijk, zoals Leering uitlegt voor bandzagen.
TPI per materiaal
- 14 tot 18 TPI: dik of zacht materiaal, zoals massief aluminium, koper, messing en dikke kunststof. De tandholtes zijn groot, dus het blad raakt niet snel verstopt.
- 24 TPI: de allrounder voor staal, draadeind, hoekprofiel, strip en buis met een normale wanddikte.
- 32 TPI: dunwandige buis, elektrabuis, dunne plaat en rvs-buis. Er staan genoeg tanden in de dunne wand, dus minder kans op haken.
Lenox biedt zijn bimetaal handzaagbladen bijvoorbeeld aan in 14, 18 en 24 TPI, in lengtes van 10 en 12 inch (250 en 300 mm). Bij de zaagbladen vind je 18, 24 en 32 TPI in 150 en 300 mm naast elkaar. Korte bladen van 150 mm voor een junior ijzerzaag hebben meestal 32 TPI, omdat je daarmee vooral fijn werk doet.
Veelgemaakte fouten met tanden en TPI
- Blad verkeerd om: de zaag glijdt en wordt warm. Draai het blad om.
- Te grof blad in dunne buis: tanden haken in de wand en breken uit. Kies 32 TPI.
- Te fijn blad in dik, zacht metaal: de tandholtes lopen vol met spanen en het blad zaagt nauwelijks nog. Kies 18 TPI.
- Beginnen op een scherpe hoek: op een hoek staat maar een tand in het materiaal. Begin op een vlakke kant, of zet eerst met een vijl een kleine inkeping.
- Druk op de terugslag: dat slijt de tanden zonder dat je opschiet. Til de zaag bij het terugtrekken licht op.
- Nieuw blad in een oude snede: een nieuw blad heeft meer zetting dan het versleten blad en klemt vast. Begin liever een nieuwe snede vanaf de andere kant.
Wanneer is een ijzerzaag niet meer de juiste keuze?
Met de juiste richting en TPI zaag je met de hand door vrijwel alle buis en profiel tot een paar millimeter wanddikte. Moet je veel sneden maken, dikke massieve staven afkorten of grote hoeveelheden rvs zagen, dan kost dat met de hand veel tijd. Bij rvs speelt ook dat snel en met veel druk zagen het materiaal plaatselijk verhardt, waardoor het blad nog sneller bot wordt. Doe je zulk werk vaak, kijk dan met de keuzehulp welke zaag voor metaal of een elektrische zaag beter bij je past.
Onthoud de kern: tanden naar voren, blad strak en minstens drie tanden in het materiaal. Met bladen van 18, 24 en 32 TPI in je gereedschapskist heb je voor bijna elke klus de juiste vertanding bij de hand.
Kun je een ijzerzaagblad omgekeerd plaatsen om op de trekslag te zagen?
Het kan, bijvoorbeeld op een krappe plek waar je alleen kunt trekken. Voor normaal werk is het af te raden: je stuurt slechter, de snede loopt makkelijker scheef en het blad slijt ongelijk. Gebruik het alleen als het niet anders kan en zaag dan met weinig druk.
Hoe zie je welke TPI een ijzerzaagblad heeft?
Meestal staat de vertanding op het blad gedrukt of gegraveerd, bijvoorbeeld 24T of 24 TPI. Staat er niets op, leg dan een liniaal langs de tanden en tel het aantal tanden op 25 mm. Kom je op ongeveer 24, dan heb je een blad voor algemeen werk.
Waarom breken de tanden van mijn ijzerzaagblad af?
Meestal is de vertanding te grof voor het materiaal, waardoor minder dan drie tanden tegelijk grijpen en ze achter de rand haken. Andere oorzaken zijn beginnen op een scherpe hoek, een los gespannen blad en te veel druk. Kies een fijner blad en begin op een vlakke kant.
Welke TPI kies je voor pvc-buis?
Voor pvc-buis werkt 24 TPI goed: snel genoeg, en de snede blijft redelijk glad. Is de wand dun, zoals bij elektrabuis, dan geeft 32 TPI minder rafels. Zaag rustig, want te snel zagen maakt kunststof warm en dan smeert het blad dicht.







